kadoartikelen
© DCT, 2015-2019
Waar hoort u bij?  Van welke kerk bent u?                               (n.a.v. 1 Cor. 3:4 en 21-23)
Die vraag krijg ik nogal eens te horen. Dan antwoord ik: “Ik ben hervormd geboren”. Maar ja, wat geef ik daarmee eigenlijk aan? Met hervormd kan je alle kanten opgaan! en dus vul ik aan rechtzinnig daaraanboven, dat is een vrijzinnige manier van geloven. Maar toen ik jong was, is mij al geleerd: Een goed woord voor hervormd is gereformeerd. Dus behoor ik ook tot de gereformeerde kerk; en doe gereformeerd kerkenwerk. En de kerk is oud! Dat is zonder meer; dus ben ik eigenlijk ook oud-gereformeerd. Ik ben christelijk, zo is me geleerd, dus ben ik ook christelijk gereformeerd. Ik kan ook zeggen, dat kan er mee door, dat ik tot een christen gemeente behoor. Christus bevrijdde mij, tot liefde en hoop, dus, vast en zeker, vrijgemaakt ben ik ook. Omdat men in mijn kerk ook aan dopen doet, past baptistengemeente me ook wel goed. In mijn kerk komt ook jaarlijks ’t pinksterfeest voor, dus is het dat ik ook tot de pinkstergemeente behoor. En omdat het steeds om het evangelie gaat, kan evangelische gemeente ook geen kwaad. Ik vaar op ’t bijbels apostolisch gezag, dat is de reden dat ik me ook apostolisch noemen mag. Tenslotte is het gewoon een klein publiek; de kerk is algemeen, dus ben ik ook katholiek. U weet nu bij welke kerk/gemeente ik hoor, of komt mijn antwoord u wat verwarrend voor? U heeft gelijk! Die namen! Wat een gedoe! Daarom wens ik u van harte toe, dat op de vraag: “Waar hoort u bij? Van wie bent u?” Uw antwoord zij: Van Christus ben ik! Straks en …Nu!
1 Corintiërs 3:4, 21-23 (STV) Want als de een zegt: Ik ben van Paulus; en een ander: Ik ben van  Apollos; zijt gij niet     vleselijk? 21  Niemand dan roeme op mensen; want alles is uwe. 22  Hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Cefas, hetzij de wereld, hetzij  leven, hetzij dood, hetzij       tegenwoordige, hetzij toekomende dingen, zij  zijn alle uwe. 23  Doch gij zijt van Christus, en Christus is Gods. 1 Corintiërs 3:4, 21-23 (NBV) Wanneer de een zegt: ‘Ik ben van Paulus, ‘en een ander: ‘Ik van Apollos, ‘bent u dan niet als     alle andere mensen? 21  Niemand van u moet zich daarom laten voorstaan op een ander mens, want álles is van u; 22  of het nu Paulus, Apollos of Kefas is, wereld, leven of dood, heden of toekomst-álles is van u. 23  Maar u bent van Christus en Christus is van God.