kadoartikelen
© DCT, 2015-2018
Hij was een Jood
Hij, die droeg mijn zonden, Die mij redde van de dood, Die mijn pijn droeg in Zijn wonden Zonder klacht, Hij was een Jood. Hij, die wist van al mijn zonden, Die mij tilde uit de nood, En die in een nieuwe morgen Stralend schijnt, Hij was een Jood. Hij, die spoedig zal regeren, Die mij licht en leven bood, Hem, die ieder zal vereren Als de koning, Was een Jood. Hem, voor Wie men zich zal buigen klein en groot, die Gods liefde kwam getuigen, werd geboren als een Jood. Hij, die alles heeft verdragen, En ons in Zijn armen sloot, Hij zal zeker van ons vragen Wat wij deden Met de Jood.
Gedicht van Hannah Maltha  uit “Voor eeuwig shalom”
Dichteres Hannah Maltha schreef haar eerste gedicht “Hij was een Jood” toen zij na het aannemen van Jeshoea, kennis maakte met de kerk. Ze was teleurgesteld in de ongeïntereseerde houding ten opzichte van Israël. Op de achterzijde van haar gedichtenboekje : Voor eeuwig shalom” staat o.a. het volgende over Hannah geschreven: Als ik later groot ben, wil ik Joods zijn met de Here Jezus erbij. Hannah Maltha was 12 jaar toen ze dit tijdens het eten tegen haar vader zei. Haar vader anwoordde: Ach kind, dat kan toch niet. Dat heet christen zijn. Later is de dichteres - na een bewogen leven - door de God van Israël gegrepen. Joods en gelovend in onze Joodse Messias Jeshoea (=Jezus). Dat kan!